Katern

Trams voor Nieuwegein

Het was koud. Omdat het ook de vorige dagen koud was geweest, was het kleine laagje sneeuw dat de nacht ervoor viel blijven liggen. Normaal gesproken was het op de Taludweg, aan de Nieuwegeinse kant van het Amsterdam-Rijnkanaal, dan ook volkomen uitgestorven geweest. Maar dit was geen dag als alle andere. Dit was de dag (17 December 1983) dat, na jaren van voorbereidingen, de tramlijn tussen Utrecht en Nieuwegein officieel zou worden geopend. En daarom was het, in plaats van uitgestorven, vrij druk op het punt waar de tramsporen onder de weg doorgaan. Want er waren twee manieren om iets mee te krijgen van het officiële deel: een uitnodiging hebben voor de openingshandeling in en om de remise, òf kou lijden op de taludweg.

De meeste genodigden kwamen met bussen, maar sommigen met dienstauto’s en politie-escorte, want verschil moet er zijn. Eenmaal aangekomen bleef niemand buiten plakken: zo snel mogelijk naar de warme hapjes en de drankjes was het devies. De kou lijdende kleine meute op de dijk stelde het zich zo in elk geval voor. Verveling had daar alle kans om toe te slaan, want wat er aan onalledaagse dingen te zien was is gauw verteld. Er was een houten noodperron gebouwd (voor wie de situatie kent: in de buurt van de ingang van de wasstraat), en er was plotseling een stevig hek verrezen rond het remiseterrein. Dat laatste was voor velen die het idee hadden gehad om vrij rond te kunnen lopen over het terrein een fikse tegenvaller. De andere kant uit kijkend, richting Zuilenstein, viel de recent gebouwde voetgangersbrug op (de blauwe die een jaar of twee terug dicht ging). Toen was hij nog wit – dat heeft niet lang geduurd. Het wijdse uitzicht was toen nog heel vanzelfsprekend: de bomen aan die kant waren er nog helemaal niet, en de woonwijk Blokhoeve was nog ondenkbaar (dat gebied was toen nog bestemd als natuurgebied). Het laatste nieuwe wat die dag te zien was, was reclame op de zijwanden van een groot aantal trams. Tot dan toe was de enige decoratie gevormd door het ‘S’-logo dat vier keer op de zijkant stond, van nauwelijks zichtbaar tot fel oranje.

De sterksten bleven over – velen gaven het wachten op en togen richting erwtensoep. Wie volhield werd beloond met, nu heel snel achter elkaar, een ietwat asymmetrisch versierde tram die door het openingslint reed dat voor één van de remisedeuren was gespannen, het instappen in die tram van de belangrijkste genodigden, en het vertrek. Dat laatste betekende driekwart rondje om de remise heen, en dan onder de Taludweg door de hoofdbaan op naar Nieuwegein Zuid. Op de bestuurdersstoel niemand minder dan een latere Eurocommisaris, toen nog minister van verkeer en waterstaat Neelie Smit-Kroes. De vier trams bij het noodperron waren inmiddels gevuld met de minder belangrijke genodigden (wat een gezichtsverlies om daar bij te moeten horen – maar altijd nog beter dan kleumen op de dijk!) en reden twee aan twee gekoppeld achter de eerste tram aan.

Het officiële deel eindigde met een rit voor alle genodigden van Nieuwegein Zuid naar eindpunt Utrecht Moreelsepark (inmiddels gesloten en afgebroken), en weer terug naar de remise voor de sluiting. De sluiting van de feestelijkheden wel te verstaan; niet van de tram. Want die werd vanaf dat moment in gebruik genomen door het publiek, dat massaal was toegestroomd om nu eindelijk eens een rit te kunnen maken.

Vele jaren lang hadden Utrecht en Nieuwegein last gehad van de ingrijpende aanleg van de lijn, en al ruim een jaar konden de bewoners kijken naar de glimmende, moderne trams die tijdens proefritten en instruktieritten voor het personeel al heel wat kilometers hadden gemaakt. Maar ermee reizen was nog maar weinigen gelukt. En klaar was alles bepaald nog niet.

De halte Nieuwegein Centrum, bijvoorbeeld, was gelegen in het midden van een woestenij die nog niets leek op het latere CityPlaza. En de bouw van de tak naar IJsselstein had veel vertraging opgelopen, waardoor de tweede halte, Nieuwegein Doorslag, nog een hele tijd als noodeindpunt dienst moest doen. Lastig voor de trambestuurders, want ze moesten van spoor wisselen over handbediende wissels, heel tijdrovend, maar goed voor de lijn!

De rest is geschiedenis. De tram trekt al meer dan 25 jaar zijn baantjes tussen Utrecht en de eindpunten in Nieuwegein en IJsselstein. Alle trams zijn al eens ingrijpend opgeknapt (nieuw interieur, nieuwe beschildering en nieuwe, minder hoekige voorkanten) en op het moment gebeurt dat opnieuw. Ze kunnen dan nog een jaar of tien mee, voldoende om de overgang naar de volgende fase te kunnen halen: de fase van uitbreiding naar De Uithof (en wie weet waarheen nog meer), en ingrijpende modernisering van de bestaande lijnen. De tijd heeft niet stilgestaan, en regionaal railvervoer heeft door moderne lagevloertrams een steeds beter imago gekregen. Maar de inwoners van Utrecht en Nieuwegein kunnen trots zijn op ‘hun’ tram, want het was het eerste moderne bedrijf dat werd gebouwd na tientallen jaren van opheffingen van trambedrijven in andere steden in Europa. Tegenwoordig komen er jaarlijks meerdere trambedrijven bij (vooral Frankrijk, Spanje en Italië zijn enorm aktief) en is dat bijna vanzelfsprekend geworden. Dat was het in 1983 absoluut niet – dit is een pioniersbedrijf!

Voor diegenen die urenlang half bevroren op de Taludweg verbleven, camera’s vastgeklemd in gevoelloze vingers, is dat natuurlijk symbolisch De Plek gebleven. Een plek die nog heel herkenbaar is, ook al is door begroeiing en bebouwing het karakter helemaal veranderd.

De nog veel completere geschiedenis van de tram, van het transport per vrachtwagen van een splinternieuwe tram tot en met de spitstrams, is verkrijgbaar op DVD. Deze is via deze website te bestellen òf verkrijgbaar in de winkel bij Kuijper’s Hobbyhuis aan de Minrebroedersstraat in Utrecht.

Wees betrokken. Reageer en geef een reactie op bovenstaand artikel!

Onze adverteerders maken pen.nl mogelijk