
Jan met de Pet zit thuis. Koffie erbij, krantje half gelezen, leesbril op het puntje van zijn neus. Buiten gebeurt weinig, dus dan ga je maar eens kijken naar die gespreksverslagen van de coalitieverkenning in Nieuwegein. En eerlijk is eerlijk, dan zie je vrij snel dat er in die formatie niet alleen gepraat is, maar ook al stevig gestuurd. De verkenners zetten drie smaken op papier, voortzetting van de oude coalitie, een getalsmatige meerderheid of een programmatische coalitie, en komen uiteindelijk uit bij LV/VSP, VVD, D66 en CDA, samen goed voor 19 zetels. Dat advies ligt er zwart op wit. Lees hier het gespreksverslag 2e ronde verkenning van de LV/VSP.
Op het eerste gezicht klinkt dat allemaal heel redelijk. Bijna iedereen zegt namelijk ongeveer hetzelfde. Geen dichtgetimmerd coalitieakkoord, meer ruimte voor de raad, meer openheid naar inwoners, en financieel iets minder benauwd begroten dan de afgelopen jaren. Dat hoor je bij LV/VSP, dat hoor je bij D66, dat hoor je bij het CDA en zelfs de VVD wil geen dichtgespijkerd dichtregelboek maar een akkoord op hoofdlijnen met ruimte voor een raadsagenda. De verkenners schrijven zelf ook dat nagenoeg niemand kiest voor een dichtgetimmerd akkoord en dat de meeste partijen minder behoudend willen begroten.
En toch valt GL/PvdA af.
Daar gaat Jan rechtop voor zitten. Want als je dat eigen gespreksverslag van GL/PvdA leest, dan staat daar helemaal geen onbestuurbare revolutionaire koers in. GL/PvdA wil ook ruimte voor debat in de raad, wil ook een raadsagenda met de hele raad, wil ook grote keuzes gewoon in een coalitieakkoord zetten, en ziet net zo goed dat Nieuwegein voor forse investeringen staat. Dat is geen totaal andere planeet. Dat is hooguit een andere toon, en op onderdelen een andere kleur.
Sterker nog, het CDA zegt in zijn eigen verslag gewoon dat de voorkeurscoalitie voor hen LV/VSP, GL/PvdA, CDA en D66 is, omdat dat meer recht zou doen aan de verkiezingsuitslag. Ook D66 wijst in eerste aanleg naar samenwerking met LV/VSP, GL/PvdA en D66, eventueel verbreed met CDA. Dat zijn geen kleine bijzinnen, dat zijn politieke wegwijzers.
Dus wat is hier dan aan de hand?
Volgens Jan is het antwoord simpel. De keuze voor VVD, D66 en CDA is bestuurlijk veiliger voor LV/VSP. Niet per se omdat GL/PvdA onmogelijk was, maar omdat deze combinatie rustiger oogt, voorspelbaarder is en beter aansluit bij de wens van LV/VSP om de raad anders te laten werken zonder meteen op elk groot dossier linksom uit te komen. Dat mag, politiek is geen gezelligheidsvereniging. Maar noem het dan ook zo. Doe niet alsof de stukken keihard bewezen hebben dat GL/PvdA onmogelijk was, want dat bewijzen ze niet.
Wat Jan ook opvalt, is dat de VVD inhoudelijk juist de hardste streepjes in het zand trekt. Geen windmolens naast woonwijken, geen hogere OZB voordat eerst minder wordt uitgegeven, niet meer dan 30 procent sociale huur, en niet verder gaan dan de wettelijke norm bij opvang. Dat zijn stevige voorwaarden. Veel steviger dan wat CDA op tafel legt, want het CDA noteert bij niet onderhandelbaar gewoon: geen. Toch wordt de VVD niet neergezet als een probleemgeval, maar als logische bouwsteen. Dat zegt ook iets.
En dan die ene zin waar Jan echt een hekel aan heeft. De verkenners schrijven dat in de tweede ronde bij één fractie opnieuw een gebrek aan vertrouwen en of openheid werd ervaren. Maar ze noemen niet welke fractie dat was. Tja. Dat is politiek handig opschrijven, maar journalistiek en bestuurlijk is het slap. Als je zo’n verwijt maakt, moet je naam en toenaam noemen. Anders blijft er een wolk hangen waar iedereen zelf maar een gezicht op mag plakken.
Ondertussen zie je wel een tweede lijn die belangrijker is dan de poppetjes. LV/VSP wil meer lef, meer durf en meer energie, minder strak begroten, meer zichtbare politiek en een raad die niet alleen braaf mag afstempelen wat elders al is dichtgeregeld. Dat is op zichzelf een begrijpelijke inzet. De vraag is alleen of dat straks ook echt gebeurt, of dat het toch weer eindigt in een akkoord waar mooie woorden als vernieuwing en bestuurscultuur op de kaft staan en waar binnenin vooral oude machtspolitiek netjes is overgetypt.
Jan met de Pet trekt daarom een simpele conclusie. Dit advies is niet gek. Deze coalitie kan prima werken. Maar het is ook geen onvermijdelijke uitkomst van objectieve gesprekken. De kaarten lagen al vrij vroeg op tafel, en daarna zijn de argumenten erbij gezocht. Zo gaat dat vaker in de politiek. Alleen noemen ze het dan verkenning, terwijl de richting in de praktijk vaak al lang verkend was.
En thuis op de bank zegt Jan dan wat half Nieuwegein waarschijnlijk ook denkt: prima hoor, vorm dat college, maar bespaar ons het toneelstukje dat het allemaal nog open lag tot de laatste minuut.
Ontdek meer van De Digitale Stad Nieuwegein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.