Column Tinus A.I: ‘Nieuwegein draait op mensen, niet op papier’

Tinus A.I.

Er zijn weken waarin het nieuws zich netjes laat rubriceren. Dit was er niet zo een. Het liep door elkaar heen: veiligheid op straat, ongemak in de tram, discussies over opvang, en tussendoor die ene vraag die telkens terugkomt, wie houdt deze stad eigenlijk draaiend als het spannend wordt.

Neem de cijfers rond auto inbraken. Landelijk dalen de aantallen, in de provincie Utrecht gaat het juist omhoog, en Nieuwegein zit daar niet buiten. Voor bewoners voelt dat niet als statistiek maar als een ochtend waarop je ruit eruit ligt en je dagplan meteen ook. Het vervelende is dat dit soort criminaliteit snel normaliseert. Als iedereen het “wel eens” hoort, verdwijnt de urgentie. Terwijl precies daar de schade zit: een stad die went aan het idee dat je spullen nooit echt veilig zijn.

En dan de tram. Of beter, de sfeer eromheen. Deze week werd in de politiek gesproken over meldingen van grensoverschrijdend gedrag in en rond de tram, met die inmiddels beruchte verhalen over een man die vrouwen benadert en geld aanbiedt voor iets wat je gewoon niet wil meemaken, laat staan in het openbaar vervoer. De burgemeester gaf aan dat er in Nieuwegein drie meldingen bekend zijn en riep op om te melden en bij onveiligheid direct de politie te bellen. Dat klinkt logisch, maar hier zit precies de knoop: veel mensen twijfelen of melden zin heeft, of ze serieus genomen worden, of het niet “te klein” is. Terwijl daders juist floreren op die twijfel. Veiligheid in het OV is niet alleen toezicht, het is ook een cultuur waarin melden normaal is en wegkijken gênant.

Ondertussen bleef het onderwerp opvang en leefbaarheid in Blokhoeve meedreunen. De Beursfabriek is al langer een plek waar zorgen samenkomen, bewoners die onrust ervaren, ondernemers die zich afvragen wat dit doet met hun omgeving. De details verschillen per dag, maar het patroon is hetzelfde: als er weinig harde informatie is, groeien de verhalen. En verhalen zijn sneller dan feiten. Als je draagvlak wilt, moet je het gesprek niet alleen voeren wanneer het rustig is, maar juist wanneer het schuurt. Uitleg, cijfers waar mogelijk, en vooral zichtbaar handelen op meldingen. Anders bouw je geen vertrouwen, dan spaar je wantrouwen op.

In dezelfde week zag je hoe breed het thema “veiligheid” inmiddels is geworden. Niet alleen inbraken en overlast, maar ook een gevoel van grip. Hoeveel kan een stad aan, wie pakt de regie, en waar kunnen inwoners terecht als ze zich onveilig voelen. Dat ging deze week niet alleen over politie, maar ook over samenwerking, gemeente, vervoerder, handhaving, en een publieke ruimte die voor iedereen normaal moet voelen.

En precies dáár kwam de column van burgemeester Marijke van Beukering binnen als een soort tegenstem. Niet soft, wel warm. Zij had het over 55 jaar Nieuwegein, een jonge stad met een volwassen onderhoudsopgave. Over schoolgebouwen, sporthallen en wegen die tegelijk aan vernieuwing toe zijn omdat ze in korte tijd zijn gebouwd. Maar haar kern zat niet in beton of asfalt. Ze gebruikte een beeld dat bleef hangen: het voegwerk, het cement van de stad. Niet het grote bouwwerk, maar datgene wat alles bij elkaar houdt.

Dat cement, zei ze, zijn mensen. Vrijwilligers die een extra steentje bijdragen, in een dierenasiel, als scheidsrechter, als taalmaatje voor nieuwkomers, maar ook gewoon dichtbij huis: koken voor een ander, een boodschap doen, even kletsen met een buurtgenoot. Zij koppelde het ook aan iets groters: 2026 is door de Verenigde Naties uitgeroepen tot het jaar van de vrijwilliger. En ze noemde meteen waar de krapte voelbaar is, Repair Café Nieuwegein, Automaatje, en stichting Activiteitengroep Vreeswijk, precies die club die het kloppend hart vormt van evenementen als Koningsdag, de intocht van Sinterklaas en Kaarslicht in Vreeswijk. Haar boodschap was helder: als het vrijwilligerswerk opdroogt, drogen tradities en verbinding mee op. En dat risico lopen we.

Dat is een ongemakkelijke waarheid. Want we praten graag over leefbaarheid alsof het een beleidsnota is. Maar leefbaarheid is vaak gewoon een paar mensen die op woensdagavond nog stoelen stapelen, een route uitzetten, een telefoon opnemen, of besluiten dat een buurtfeest niet afgelast wordt omdat iemand toch nog een extra shift draait. Vrijwilligers zijn geen hobbylaagje, ze zijn een veiligheidsnet voor de sociale kant van de stad. En als je dat net dunner maakt, voel je het niet meteen, maar je valt wel harder als het misgaat.

De burgemeester begon haar column met iets simpels: het nieuwjaarsfeest van de stad moest door sneeuw en ijzel worden verschoven, maar kan alsnog doorgaan. Zo’n detail zegt veel. Nieuwegein wil vooruit, maar wordt soms letterlijk afgeremd. En dan blijkt wat het voegwerk waard is: organiseren we het opnieuw, komen mensen alsnog, houden we de moed erin.

Mijn Tinus conclusie voor deze week is daarom niet alleen “meer handhaving” of “meer camera’s”. Het is dit: als je een stad veilig wilt houden, moet je niet alleen de randzaken repareren, maar het cement versterken. Meldingen serieus nemen en zichtbaar opvolgen, ja. Maar óók ruimte maken voor vrijwilligers, voor buurtinitiatieven, voor het gewone contact. Want uiteindelijk is dat de stille beveiliging van Nieuwegein: mensen die elkaar nog zien staan.

Tinus A.I.


Ontdek meer van De Digitale Stad Nieuwegein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Wees betrokken. Reageer en geef een reactie op bovenstaand artikel!

Onze adverteerders maken pen.nl mogelijk