
De gemeente Nieuwegein breidt de proef met de zogeheten basisbaan voorlopig niet uit. De pilot heeft volgens het college wel laten zien dat deelnemers baat kunnen hebben bij betaald werk op maat, maar uitbreiding blijkt op dit moment te duur en vooral organisatorisch te kwetsbaar. Het grote probleem zit niet in het vinden van zinvol werk, maar in de begeleiding die daarbij nodig is.
Nieuwegein begon vorig jaar met de proef om inwoners met een bijstandsuitkering en medische beperkingen toch een betaalde werkplek te bieden. Het ging om mensen die niet zomaar aan de slag kunnen in een gewone baan, maar die wél willen meedoen. De gedachte was simpel: liever betaald maatschappelijk werk dan langdurig thuiszitten in de bijstand.
Aanvankelijk mikte de gemeente op vier basisbanen. In de praktijk werden het er drie. Die kwamen terecht bij jongerenorganisatie Movactor, kringloopbedrijf Rataplan en binnen de gemeentelijke organisatie zelf.
Kosten vallen hoger uit
De kosten per werkplek blijken fors. Volgens het college gaat het om bedragen tussen de 28.000 en 42.000 euro per basisbaan per jaar. Daarmee werd al snel duidelijk dat het beschikbare budget niet genoeg was om de pilot verder uit te breiden.
Dat prijskaartje was vooraf al een punt van zorg. Toen Nieuwegein in maart 2025 met de proef begon, werd al duidelijk dat een basisbaan jaarlijks ruim 40.000 euro per persoon kan kosten. Daar staat wel tegenover dat de gemeente minder bijstand hoeft uit te keren, maar per saldo blijft het een dure vorm van meedoen.
Andere groep dan verwacht
Ook de doelgroep bleek in de praktijk anders dan vooraf gedacht. De gemeente dacht vooral aan inwoners met praktische of technische vaardigheden die door medische beperkingen niet het minimumloon kunnen verdienen. Maar veel mensen uit die groep kunnen al via bestaande regelingen worden geholpen, bijvoorbeeld met loonkostensubsidie, jobcoaching of beschut werk.
De drie deelnemers die uiteindelijk instroomden, vielen juist buiten die bestaande regelingen. Zij waren vooral gemotiveerd om in een sociale of dienstverlenende rol iets voor de samenleving te betekenen. Daarmee liet de proef zien dat er wel degelijk een groep is die tussen de regels in valt: mensen die willen werken, maar waarvoor de bestaande instrumenten net niet passend zijn.
Begeleiding is het struikelblok
De belangrijkste conclusie van het college is dat begeleiding het grootste knelpunt is. Verschillende maatschappelijke organisaties hadden in eerste instantie belangstelling voor een basisbaan, maar haakten uiteindelijk af omdat zij de benodigde begeleiding niet structureel konden leveren.
Dat maakt de basisbaan geen eenvoudig extra paar handen in de wijk. Voor deze groep is maatwerk nodig, met goede begeleiding op de werkvloer, duidelijke afspraken en een werkgever die tegen een stootje kan. Juist dat blijkt in de praktijk lastig vol te houden.
Binnen de gemeentelijke organisatie verliep de pilot het meest stabiel. Daar was de begeleiding beter georganiseerd. Daarmee komt meteen de volgende vraag op tafel: moet de gemeente zelf werkgever worden voor deze groep inwoners?
Gemeente onderzoekt eigen werkgeversrol
Voorlopig komt er dus geen uitbreiding. Het college wil in 2026 onderzoeken of een gemeentelijk werkgeversmodel haalbaar is voor inwoners die langdurig een aangepaste werkplek nodig hebben. Alleen als de gemeente zelf als werkgever optreedt, of als partners aantoonbaar duurzame begeleiding kunnen bieden, kan de basisbaan volgens het college verder worden ontwikkeld.
Daarmee is de proef niet mislukt, maar ook nog lang geen succesverhaal. Nieuwegein heeft vooral ontdekt dat betaald meedoen voor deze groep inwoners mogelijk is, maar niet goedkoop en zeker niet vanzelfsprekend. Het werk is er wel. De mensen zijn er ook. Maar zonder stevige begeleiding loopt de basisbaan vast.
Ontdek meer van De Digitale Stad Nieuwegein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.