Jan met de Pet staat op Nieuwegein City, kijkt naar de vertrektijden en hoort al jaren hetzelfde refrein: de regio groeit, er komen tienduizenden woningen bij, dus er moet een betere tram komen. Prima, zegt Jan, doe maar. Alleen, als je dan eindelijk een “voorlopige voorkeursrichting” presenteert, en je eindigt precies op de plek waar Nieuwegein begint, dan voelt dat niet als vooruitgang. Dan voelt het als, Utrecht regelt het, Nieuwegein volgt later wel.
Op 12 januari 2026 melden Rijk, provincie Utrecht en de gemeenten Utrecht en Nieuwegein dat ze een voorlopig voorkeursalternatief hebben vastgesteld voor de Merwedelijn: in Utrecht wordt de tram in verdiepte ligging uitgewerkt tussen Utrecht Centraal en Westraven, waar hij aansluit op de bestaande SUNIJ-lijn richting Nieuwegein.
Daar zit logica in. Uit onderzoek kwam al dat ondergronds, tunnel of verdiepte ligging, het meeste oplevert, en verdiepte ligging is goedkoper en flexibeler dan een volledige tunnel. En er is ook geld: 562 miljoen euro extra van het Rijk plus 160 miljoen euro vanuit de regio om vervolgstappen te kunnen zetten.
Maar dan komt het zinnetje waar Jan altijd jeuk van krijgt: voor het traject vanaf Westraven naar Nieuwegein is “aanvullend onderzoek” nodig, bijvoorbeeld over het gebruik van de bestaande trambrug of een nieuwe trambrug over het Amsterdam Rijnkanaal, en over de route in het noordelijk deel van Nieuwegein. Met andere woorden, precies het stuk dat voor Nieuwegein bepaalt of dit een echte doorbraak wordt, ligt nog open.
En dan hoor je in dezelfde adem de belofte van die bekende magische reistijd: die gewenste 15 minuten tussen Nieuwegein en Utrecht Centraal. De Nieuwegeinse wethouder noemt dat doel expliciet en noemt de verbinding “cruciaal”. Jan gelooft best dat het kan, maar hij denkt ook: laat eerst maar eens zien hoe je het Nieuwegeinse deel gaat oplossen, voordat je met minuten strooit alsof het kortingsstickers zijn.
Want dit is het echte probleem in mensentaal. Groot Merwede en Rijnenburg moeten samen richting ongeveer 75.000 woningen, en in de regio wordt ook gesproken over tienduizenden arbeidsplaatsen die bereikbaar moeten blijven. Dat is geen hobbyproject, dat is een complete verbouwing van hoe mensen zich gaan verplaatsen. Als je dan het deel in Utrecht alvast parkeert in “kansrijk, werken we verder uit”, maar het deel richting Nieuwegein doorschuift naar een nieuw onderzoek, dan creëer je automatisch een rangorde. En raden wie er in de wachtkamer zit.
Jan met de Pet ziet het al voor zich. Utrecht krijgt straks jarenlang bouwputten langs de Europalaan, omleidingen, hekken, geluid, gedoe. Nieuwegein krijgt ondertussen vooral bijeenkomsten, kaarten met stippellijnen en zinnen als “we bereiden een besluit voor”. En als het spannend wordt, brug of geen brug, ruimte, geld, risico’s, dan wordt het verhaal ineens technisch. Dan gaat het over ramingen, risicoreserves en fasering. Allemaal waar, allemaal belangrijk, maar voor Jan blijft de simpele vraag overeind: wanneer wordt Nieuwegein niet meer genoemd als bijzin, maar als volwaardig eindpunt.
Er zit nog iets onder. De Merwedelijn sluit in Westraven aan op de bestaande SUNIJ-lijn. Dat klinkt efficiënt, maar het betekent ook dat je heel scherp moet zijn op capaciteit, betrouwbaarheid en verstoringen. Als je vaker wilt rijden, sneller wilt zijn en tegelijk een groot deel van de route aan het verbouwen bent, dan is “aansluiten op bestaand” niet automatisch hetzelfde als “klaar”. Het kan ook betekenen, we proppen meer ambities in dezelfde fles en hopen dat de kurk houdt.
De planning is ook typisch zo’n beleidsvriendelijk blok. In mei of juni 2026 komt er een formele inspraakronde over het Utrechtse voorkeursalternatief, en eind 2026 volgt een definitief besluit daarover. Dat is netjes. Alleen, Nieuwegein zit niet in dat pakket, en dus kan Nieuwegein straks reageren op een deelplan, terwijl het eigen deel nog op de tekentafel staat. Dat is inspraak met één schoen aan.
Jan met de Pet is niet tegen de Merwedelijn. Integendeel. Nieuwegein heeft er belang bij dat Rijnenburg, City, Rijnhuizen en de rest van de stad goed verbonden blijven, zeker als er in de regio zoveel wordt bijgebouwd. Maar Jan wil wel een harde ondergrens aan het enthousiasme: geen “15 minuten” verkopen zolang je nog niet weet of je over een oude brug gaat, een nieuwe brug moet bouwen, of welke kant je het noordelijk Nieuwegein überhaupt op stuurt.
Dus dit is wat Jan graag ziet, en eigenlijk morgen al. Eén, een realistische tijdlijn voor het Nieuwegeinse deel, met echte beslismomenten en niet alleen “nader onderzoek”. Twee, transparantie over het geld, hoeveel daarvan is echt voor Nieuwegein gereserveerd, en wat is nog wensdenken. Drie, een heldere keuze over die brug, want dat is geen detail, dat is een ruimtelijke ingreep met impact op verkeer, omgeving en leefbaarheid.
En tot slot, een simpele bestuurskundige waarschuwing van Jan met de Pet: als je woningbouw en bereikbaarheid aan elkaar knoopt, dan moet je ook de verantwoordelijkheid aan elkaar knopen. Niet alleen in Utrecht, maar juist ook in Nieuwegein. Anders krijg je straks duizenden extra woningen in de regio, en in Nieuwegein vooral extra drukte, extra overstappen en extra geduld.
Of, om het heel Nieuwegeins te zeggen: wanneer wordt het nou eens onze beurt om niet “aanvullend onderzocht” te worden, maar gewoon aangesloten.

Jan met de Pet
Ontdek meer van De Digitale Stad Nieuwegein
Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.