Katern

Komijnekaas

In de kaaswinkel op winkelcentrum Cityplaza stond een jongen achter de toonbank heel erg onzeker te zijn. Hij had een iets te royale witte jas om de nog jonge schouders, en aan de putjes in zijn gezicht te zien had de acné hem niet bepaald overgeslagen. Ik was niet de enige klant.

De verkoopster was druk in gesprek met een tweetal vrouwen van voor mij onbekende allochtone afkomst. Zij wilden kaas. In een buggy zat een peuter met een flesje onbestemd in zijn knuistjes, waaraan hij met tussenpozen lurkte. Er werden diverse kazen uit het assortiment aangesleept. Er werd volop geproefd, ze hadden de tijd. De peuter wilde geen kaas.

Verlangend keek ik naar de jongen die stokstijf achter de toonbank stond. Kon hij me misschien helpen? Hij mocht het proberen. ‘Doe maar,’ zei de verkoopster, ‘voor alles is een eerste keer.’ De jongen keek alsof hij zojuist gehoord had dat hij ongeneeslijk ziek was en nog maar enkele maanden te leven had. Hij keek me wat wazig aan. ‘Dan moet je zeggen: kan ik u ergens mee helpen,’ zei de verkoopster, die ondertussen een kaas met een zeer harde korst aan het slachten was. ‘Kan ik u ergens mee helpen?’ vroeg de jongen. ‘Ik wil graag de gatenkaas proeven,’ zei ik. ‘Die van de reclame.’ De jongen keek alsof ik hem zojuist gevraagd had om een ingewikkelde vierkantsvergelijking op te lossen. Hij draaide zich om naar de uitgestalde kazen. Hij had geen idee. ‘Die daar,’ zei de verkoopster. ‘Eerst het cellofaan eraf halen en dan laten proeven.’

Daar ging de kaasschaaf. Een flintertje. Hij zag zelf ook wel dat hij daar niet mee kon aankomen. Nog een poging. Zou hij thuis nooit kaas eten? Had hij ooit eerder een kaasschaaf van dichtbij gezien? Ik vond het flintertje niet lekker. ‘Doe dan maar komijnekaas,’ zei ik.

De verkoopster wees. ‘Altijd eerst de jonge en dan opwerken naar oud anders proeft de klant niets.’ Ze was nog immer in de weer met de vrouwen en de kaas met de harde rode korst.

De jongen stelde zich op voor de rij komijnekaas varianten. Ik zag aan zijn rug dat hij geen idee had. Hij bewoog zich niet. Tot hij in een impuls een kaas bij zijn kladden greep. ‘Nee, die niet, die is oud belegen. Deze moet je hebben.’
Hij stalde de kaas, deed het cellofaan eraf en nam de kaasschaaf ter hand. Alsof het een instrument was uit een ver prehistorisch verleden. Hij zuchtte. Ik deed een poging nog iets aan smaak te ontlenen aan het flubbertje kaas dat hij me aanreikte. Inmiddels had de kordate verkoopster de vrouwen tot volle tevredenheid twee kilo oude kaas met afgesneden harde korsten verkocht. Ik ging naar huis met 7 ons kaas, afgewogen door de verkoopster. De jongen zei dat hij later iets wilde gaan doen in de sport.

Wees betrokken. Reageer en geef een reactie op bovenstaand artikel!

Onze adverteerders maken pen.nl mogelijk