Jan met de Pet ziet de wachtrij langer worden

Leestijd: 5 minuten

Jan met de Pet bij afdeling Huisvesting Nieuwegein

Jan met de Pet stond deze week even bij het denkbeeldige loket Huisvesting Nieuwegein. Niet omdat hij zelf nog een huis zoekt, zijn huurwoning kraakt al lang genoeg onder zijn voeten, maar omdat hij wilde weten hoe je in Nieuwegein eigenlijk nog aan een voordeur komt.

Voor hem zat een jonge Nieuwegeiner. Net afgestudeerd, eerste baan, nog steeds op zolder bij zijn ouders. Naast hem een gescheiden vader die graag in de buurt van zijn kinderen wil blijven wonen. Verderop een ouder echtpaar dat kleiner wil gaan wonen, maar nergens naartoe kan. En daar tussenin een gezin uit een azc, met een verblijfsvergunning op zak, maar zonder plek om opnieuw te beginnen.

Iedereen keek naar hetzelfde schermpje. Iedereen wachtte. Iedereen hoopte dat zijn nummer eindelijk aan de beurt zou zijn.

En toen kwam daar weer een nieuw cijfer uit Den Haag. Nieuwegein moet dit jaar, op basis van de huidige tussenstand, nog plek vinden voor 91 statushouders. Dat zijn mensen die niet meer in een asielzoekerscentrum horen te wonen, omdat zij een verblijfsvergunning hebben gekregen. De gemeente heeft de wettelijke taak om hen te huisvesten.

Jan snapt dat best. Iemand die mag blijven, moet ook ergens kunnen wonen. Je kunt mensen niet eindeloos in een azc laten zitten en daarna verwachten dat ze netjes meedoen in de samenleving. Inburgeren begint niet in een wachtkamer, maar achter een eigen voordeur.

Maar Jan snapt ook de andere kant. Want in Nieuwegein is die voordeur voor heel veel mensen onbereikbaar geworden. Starters wachten. Gezinnen wachten. Ouderen wachten. Mensen die door pech, scheiding of geldzorgen opnieuw moeten beginnen, wachten ook. En dan is het niet vreemd dat inwoners zich afvragen wie er eigenlijk nog aan de beurt komt.

Daar zit precies de pijn. Niet bij de statushouder. Niet bij de jonge Nieuwegeiner. Niet bij de gescheiden vader of de oudere die kleiner wil wonen. De pijn zit in het tekort. In de jaren waarin er te weinig is gebouwd, te weinig is doorgestroomd en te vaak is gedaan alsof de woningmarkt vanzelf wel weer lucht zou krijgen.

Dat gebeurde niet.

Regeren is vooruitzien, zegt men dan. Maar Jan ziet vooral dat er in Nederland vaak pas wordt vooruitgekeken als men al met de neus tegen de muur staat. Bij woningen gebeurt dat al jaren. En bij het elektriciteitsnet zie je nu hetzelfde. Iedereen moest verduurzamen, zonnepanelen leggen, warmtepompen plaatsen en bedrijven moesten van het gas af. Prima, zegt Jan. Maar dan moet je wel op tijd zorgen dat het netwerk die stroom ook aankan. Anders krijg je precies hetzelfde loket: mooie plannen, lange rijen en een medewerker die zegt dat het nog even kan duren.

Met woningen is het niet anders. Je kunt als Rijk ieder halfjaar nieuwe aantallen over gemeenten verdelen, maar als er niet genoeg huizen zijn, schuif je vooral de schaarste door. Van Den Haag naar de gemeente. Van de gemeente naar de woningcorporatie. En uiteindelijk naar de wachtkamer waar iedereen naar hetzelfde nummertje kijkt.

Nieuwegein heeft in de vijf volledige jaren van 2021 tot en met 2025 in totaal 514 statushouders gehuisvest. Dat is geen kleinigheid. Tegelijk is het maar één onderdeel van een veel groter woonprobleem. Wie alleen naar statushouders wijst, kijkt te smal. Wie doet alsof deze extra opgave geen druk geeft op de lokale woningmarkt, kijkt óók te smal.

Jan met de Pet houdt niet van dat soort gemakzucht. Hij ziet liever dat er eerlijk wordt gezegd waar het op staat. Nieuwegein heeft een wettelijke taak, maar Nieuwegein heeft ook een wooncrisis. Die twee botsen steeds harder op elkaar.

De vraag is dus niet of statushouders wel of niet recht hebben op woonruimte. De vraag is waarom een stad als Nieuwegein iedere keer opnieuw een grotere opdracht krijgt, terwijl het aantal beschikbare woningen niet in hetzelfde tempo meegroeit.

Aan het loket trok iemand nummer 895. De medewerker keek vriendelijk op en zei: “Nog 700 voor u.”

Jan keek naar de volle wachtkamer en zette zijn pet iets schever.

“Zie je,” mompelde hij, “het probleem is niet wie er in de rij staat. Het probleem is dat er maar één loket open is. En dat ze pas over een tweede loket gaan praten als de stoep buiten al vol staat.”

Jan metde Pet


Ontdek meer van De Digitale Stad Nieuwegein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Wees betrokken. Reageer en geef een reactie op bovenstaand artikel!

Onze adverteerders maken pen.nl mogelijk