Katern

Vanuit mijn torenkamer

Ik zit in een kasteel. Zoals het hoort. In mijn torenkamer probeer ik mijn haar te laten groeien zodat ik veilig naar beneden kan klimmen. Of nee: zodat er iemand veilig omhoog kan klimmen. Maar wat heb ik daaraan? Is het beter vertoeven op een torenkamer met zn tweeën? Wij zijn hier met zn zevenen, dus als ze straks alle zes via mijn haar naar boven willen klimmen, dan houd ik geen haar meer over.Een Frans kasteel. Sommigen roepen dat het een vakantiehuisje is, maar ik weet wel beter. Er groeit een doornstruik langs de muren omhoog (of is het klimop?), er is een torenkamer (of is het een ingestorte zolder?), er is een slotgracht (een sloot?) en er is een draak (muskusrat). Meer ingrediënten heeft een fatsoenlijk kasteel niet nodig. En dan hebben we ook nog jonkvrouwen en ridders. Die ridders vallen uiteindelijk wel tegen, met hun biertjes bij de slotgracht. En de draak trekt zich niets aan van dat ene steentje. De jonkvrouwen doen beduidend meer hun best. Wij zitten in kamers te wuiven naar het voorbijtrekkende personeel, verkleden ons voor het bal en gillen om het hardst bij iedere spin of muis. Zoals het hoort.De dwergen hier willen niet echt meehelpen. Niet keurig in een rijtje staan voor een kus, en de mijnen krijg ik ze ook al niet in. Ze blijven maar schreeuwen dat ze ‘enfants’ zijn en geen ‘gnomes’, maar van dat soort onzin trek ik me niets aan. Evenals van oude vrouwtjes die me appels proberen aan te smeren. Mijn ouders hebben me geleerd niets van vreemden aan te nemen, en als Nederlandse kijk ik sowieso argwanend naar mensen die me gratis iets willen geven. Tot dusver laten de spinnenwielen me aardig met rust, maar alle rust is relatief. Zo heb ik al wel mijn vinger geprikt aan een kurkentrekker en aan een mug.In Vreeswijk heb ik weleens mijn eigen kasteel mogen ontwerpen. Getooid met een roze punthoed met een reep crêpepapier. Samen met andere jonkheren en jonkvrouwen rende we het hardst voor een houten pallet, roeiden we met een bootje naar de overkant voor een lik verf en zongen we een lied in ruil voor een vlag. De kindervakantieweek in Fort Vreeswijk. Alles zijn we geweest: piraten, smurfen, cowboys, indianen, chinezen, dieren en meer. Voor ieder thema een andere outfit en een andere te bouwen burcht. Ik ben een beetje blijven hangen in het jonkvrouwen thema. Al ben ik mijn punthoed verloren, en is onze burcht verbrand, mijn jonkvrouwallures zijn gebleven.De draak deed alsof hij sliep, maar zwemt nu naar de overkant van de slotgracht. Een ridder schrikt op. Hij smijt een leeg blikje bier naar de draak. De draak blijft doodstil liggen. Als ik mijn haar laat zakken om de dappere ridders op te hijsen, is de draak verdwenen. Ik staar uit mijn torenkamer en wrijf over de blauwe plek op mijn been. In het geheim slaapt iedere vrouw op een erwt.


Ontdek meer van De Digitale Stad Nieuwegein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Wees betrokken. Reageer en geef een reactie op bovenstaand artikel!

Onze adverteerders maken pen.nl mogelijk