Katern

‘Breng vergeten sportspullen weer in de wedstrijd’

Leestijd: 5 minuten

Karikatuur sportspullen vergeten

Er is groot leed in de wereld. Daar hoeven we niet omheen te draaien. Maar soms begint gezond verstand juist bij klein leed. Bij een bidon op een bankje. Een handdoek in een kleedkamer. Een paar bijna nieuwe sportschoenen dat na een paar weken niemand meer opeist en uiteindelijk in de afvalbak verdwijnt.

Onze redactie kreeg een ingezonden brief van René Verbrugge. Hij noemt het zelf “klein leed”, maar wie even doorleest, ziet dat er meer achter zit dan een vergeten shirtje. Het gaat over gemakzucht, verspilling en de vraag waarom goede spullen zo vaak eindigen als afval, terwijl ze nog prima gebruikt kunnen worden.

René sport zelf actief en ziet naar eigen zeggen dagelijks hoe er in een drukbezochte sportschool allerlei spullen blijven liggen. Bidons, handdoeken, shirts, ondergoed en schoenen. Soms goedkope spullen, maar vaak ook artikelen van bekende merken, nog netjes, nog bruikbaar en duur genoeg om er thuis flink van te balen als je ze kwijt bent.

René snapt dat wel. Na het sporten ben je moe. Je hoofd zit nog bij de training, je benen zijn zwaar en je denkt vooral aan douchen, naar huis en eten. Dan blijft er weleens wat liggen. Dat is menselijk. Maar wat daarna gebeurt, dat is de echte vraag.

Volgens René komen sommige spullen terug bij de eigenaar, gaan sommige spullen naar een goed doel, maar belandt er ook veel in de vuilnisbak. En dat laatste is precies waar het begint te wringen. Want als we in Nieuwegein overal praten over duurzaamheid, afval scheiden, hergebruik en een beter milieu, dan is het vreemd als sportclubs en accommodaties goede spullen weggooien omdat niemand weet wat ermee moet.

Natuurlijk, zo simpel is het ook weer niet. Vergeten spullen blijven in principe eigendom van degene die ze kwijtgeraakt is. Een club of sportschool kan niet zomaar besluiten om andermans spullen te verkopen of weg te geven. Daarvoor moeten afspraken duidelijk zijn. Denk aan het huishoudelijk reglement, de algemene voorwaarden of een heldere tekst bij de receptie: gevonden spullen worden een bepaalde tijd bewaard, daarna kunnen ze worden gedoneerd of hergebruikt.

Dat klinkt formeel, maar het is wel nodig. Anders krijg je gedoe. En juist dat is vaak de reden dat organisaties kiezen voor de makkelijkste route: bewaren tot niemand meer vraagt, daarna weg ermee. Klaar.

Alleen is dat precies de verkeerde logica. Want opgeruimd is niet hetzelfde als opgelost. Een goede handdoek in de afvalbak is nog steeds verspilling. Een paar degelijke sportschoenen dat niemand meer ophaalt, kan misschien nog prima naar iemand die sporten wél belangrijk vindt, maar niet zomaar nieuw materiaal kan betalen. Een doos bidons kan misschien naar een jeugdteam, een sportproject of een lokale actie. Er zijn genoeg mogelijkheden, als iemand de moeite neemt om er een systeem van te maken.

En daar zit de kern van René’s oproep. Niet alleen klagen over de afvalbak, maar de vraag stellen: wat gebeurt er eigenlijk met gevonden sportspullen? Worden ze bewaard? Hoe lang? Worden sporters gewezen op gevonden voorwerpen? Gaan bruikbare spullen daarna naar een goed doel? Of verdwijnt uiteindelijk toch veel in de container?

René: ‘Vraag het gewoon. Aan je sportschool, je vereniging, je sporthal of je clubbestuur. Niet beschuldigend, maar praktisch. En neem geen genoegen met het eerste sociaal wenselijke antwoord. Iedereen zegt natuurlijk dat weggooien zonde is. De echte vraag is wat er daadwerkelijk gebeurt.’

Daarna wordt het pas interessant. Want wie vindt dat het anders moet, kan ook helpen. Een gevonden-spullenhoek inrichten. Eens per maand sorteren. Een kast maken met “nog op te halen”. Vrijwilligers zoeken. Afspreken dat spullen na een redelijke bewaartermijn naar een goed doel gaan. Of, als het juridisch netjes geregeld is, bruikbare spullen verkopen en de opbrengst gebruiken voor jeugdleden, minima of een sportfonds.

Dat hoeft allemaal niet meteen groots te zijn. Begin klein. Eén club. Eén sporthal. Eén sportschool. Eén rek met vergeten spullen. Maar als het werkt, kan het overslaan. Precies die kettingreactie hoopt René op gang te brengen.

En eerlijk is eerlijk, dit is typisch zo’n onderwerp waar niemand tegen kan zijn, maar waar toch weinig gebeurt. Omdat niemand eigenaar is van het probleem. De sporter vergeet het. De accommodatie ruimt het op. De vrijwilliger heeft al genoeg te doen. En de afvalbak staat altijd dichterbij dan een oplossing.

Maar soms moeten we het onszelf niet te makkelijk maken. Zeker niet als het gaat om spullen die nog goed zijn. Wie sportspullen opnieuw in de wedstrijd brengt, helpt niet alleen het milieu, maar misschien ook iemand die anders langs de kant blijft staan. Dat is geen wereldrevolutie. Dat is gewoon gezond verstand met een platte pet op.

Wie met René Verbrugge wil overleggen over de aanpak of hulp wil bij een goede tekst, kan rechtstreeks contact opnemen via r.w.verbrugge@casema.nl of 06 3450 3046.


Ontdek meer van De Digitale Stad Nieuwegein

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Wees betrokken. Reageer en geef een reactie op bovenstaand artikel!

Onze adverteerders maken pen.nl mogelijk