SchrijversPen

Schrijfster Heleen van den Hoven woont al ruim dertig jaar in Nieuwegein. Onlangs kwam haar derde boek Het Tango algoritme uit. Toen haar kinderen nog klein waren, schreef Heleen De Troonladder en Losse tanden, enkele kinderboeken die spelen in de wijk Zuilenstein. Deze boeken zijn via onze webshop te koop.

Voor de lezers van De Digitale Stad Nieuwegein tekent ze wekelijks haar spinsels op met haar schrijverspen. Deze week: ‘Wist je dat?’

L’esprit de l’escalier, noemde filosoof Denis Diderot het, lees ik in de NRC. De geest van de trap, ofwel het feit dat je pas na het weggaan, onderaan de trap, het beste antwoord op een vraag te binnen schiet. Het overkwam me na de boekpresentatie van Het Tango algoritme, waar Gina van den Berg de vraag stelde waarom drie sterke vrouwen zo snel vallen voor de mannelijke hoofdpersoon. Ik antwoordde dat hij zich eerst moest bewijzen, wat hem de nodige moeite kostte. En dat de vrouwen zelf ook actie ondernamen.

Het beste antwoord zat de volgende ochtend bij het wakker worden in mijn hoofd. Bij een tango heb je leiders, meestal de mannen, en volgers. De leider zorgt dat de volger veilig en zonder botsingen over de dansvloer kan gaan. Daarbij krijgt een volger genoeg inbreng, het is aan de leider om haar intenties te voorzien.

Het is niet zwak om je aan een ander over te geven, integendeel, het vergt een hoop moed om grotendeels achteruit stappend op hoge hakken over de dansvloer te gaan, om een ander jouw welzijn toe te vertrouwen. De levensles van de tango.

Een andere lastige vraag waar ik niet direct antwoord op had, was: Waarom schrijf je over algoritmes, over cybercrime? Wil je de lezer iets meegeven? Schreef je Het CARPA Complot en Het Tango algoritme om mensen iets te leren? Nee, niet in eerste instantie, zei ik, ik wilde een spannend verhaal maken. Over cybercrime, over de algoritmes achter socialmedia-apps, dat wel. Zit er dan toch nog steeds iets van een ‘juf’ in mij?

Vandaag herinnerde ik me ineens hoe ik vroeger vaak uit school kwam met de uitroep: ‘Wist je dat…’, en dan volgde er altijd een uiteenzetting over iets bijzonders wat ik geleerd had. En eigenlijk is dat waarom ik schrijf. Ik heb niet zozeer de behoefte een ander iets te leren, als wel mijn eigen verwondering te laten horen.

Gelukkig heb ik huisgenoten die graag naar me luisteren. Want terwijl ik dit schrijf, realiseer ik me dat ik deze vraag vrijwel dagelijks stel, wanneer ik websites en rapporten uitpluis, op zoek naar informatie die ik in mijn nieuwe boek kan gebruiken. ‘Wist je dat…?’

Heleen van den Hoven

Wees betrokken. Reageer en geef een reactie op bovenstaand artikel!Reactie annuleren