
Wéthouder Lubbinge is niet meer. We hebben hem uitgezwaaid, veel complimenten laten horen, uitgedronken en de hand geschud. Zijn “werken” werden breed uitgesponnen en er was veel waardering voor al die dingen die hij tot stand gebracht heeft. Het ereburgerschap van Nieuwegein was zijn deel! Kortom veel positieve verhalen voor iemand die dat ook verdient.
De heer Lubbinge weet nog niet wat hij gaat doen, aldus zijn eigen woorden. Maar ik meen te hebben gehoord dat de eerste toezichtraad , o.i.d., hem inmiddels welkom heeft geheten. Dat anderen zullen volgen lijkt niet onmogelijk.
De vraag waarom hij zo opeens vertrekt speelt menigeen nog door het hoofd. Daarop kwam geen antwoord. Behalve voor een deel in een interview met RTV 9, u weet wel ons eigen lieverdje. Daarin vertelde onze Bert dat er nog zoveel in de (binnen)stad te doen is dat hij het toch niet allemaal af kan maken, of woorden van gelijke strekking. Nu die opmerking bewaren we voor later.
In dat zelfde interview kon, op typische PvdA – wijze, de heer Lubbinge toch niet nalaten om ook zelf een deel van zijn successen nog eens helder voor het voetlicht te brengen. Het eerste deel binnenstad, the Edge, welzijnswerk en een GGZ complex voor gemeenschappelijk wonen werden aldus vermeld en getoond en het (toekomstige) bouwen voor senioren werd nog eens breed naar voren gebracht. Of dat laatste gaat lukken en ook betaalbaar blijft is nog maar de vraag. Recentelijk heeft Nieuwegein samen met het ministerie van VWS weer geld beschikbaar gesteld voor starters. Ook belangrijk maar daar wordt geen senior mee geholpen. En ook die zitten klem door hoge huurprijzen en lage verkoopprijzen van hun woningen.
Tijdens het kijken naar het interview kon ik een gevoel van stijgende verbazing niet helemaal voorkomen. De psycholoog Lubbinge deed hier toch iets vreemds. Alsof de hem toegezwaaide lof nog niet genoeg was, kon hij het niet laten om zijn goede werken nog eens te etaleren. Er ontstond al doende de gewaarwording dat met het vertrek van deze wethouder de vaart uit het PvdA smaldeel was gehaald. Een korte zin over zijn goede opvolger kwam daarbij onwillekeurig wat obligaat over, waardoor dat gevoel nog versterkt werd.
Vreemde gewaarwording waarbij de vraag ontstaat hoe het nu zonder Bert Lubbinge verder gaat en hoe de PvdA Nieuwegein het zonder hem gaat redden. Wie komt er uit de schaduw en bloeit op, neemt de leiding en stuurt de juiste richting op. Dat is niet noodzakelijk de nieuwe wethouder, ongetwijfeld een persoon met capaciteiten maar met tien jaar achterstand op zijn voorganger is die race nog niet gelopen. Een feit is dat zonder de heer Lubbinge het college verzwakt is.
Er komt dus een interessante mogelijkheid voor de meer ervaren personen in de Raad om een sterker stempel te drukken op het toekomstige beleid en de uitvoering daarvan door het college. Er zijn zo al drie ex-wethouders aanwezig in de raad. Voeg daar een drietal ervaren raadsleden aan toe en er is een prima tegenwicht tegen college activiteiten die misschien wat overmoedig, of te snel of simpelweg onuitvoerbaar zijn. Een situatie om over na te denken. Het meer en beter betrekken van de Raad is mijns inziens buitengewoon nuttig en noodzakelijk. Vooral wanneer straks de ( financiële) eindstand van de binnenstad in zicht komt. Op velerlei gebied komen er interessante tijden aan. De politiek moet weer oplossingen aandragen! Voorwaar een uitdaging en een schone taak.
Herman Troost
In een artikel over een nieuw boek over de Islam die zijn oorsprong mede vindt in een breed mengsel van toen bestaande religieuze overtuigingen en gewoontes, werd kort verwezen naar het oudtestamentische boek van Daniël. Daarin wordt de droom van de Babylonische heerser Nebukadnezar beschreven en de uitleg daarvan door Daniël. ( Daniël 2, het leest als een avonturenfilm. De rest van dit Bijbelboek is ook niet misselijk.)
In de droom zag Nebukadnezar een enorm beeld met gouden hoofd, zilveren borst en armen, buik en lenden van koper, de benen van ijzer en de voeten deels van leem en deels van ijzer. Het totale beeld wordt verbrijzeld. De uitleg gaat over de opeenvolgende wereldrijken die in de toekomst zullen ontstaan en weer zullen verdwijnen. Dat gaat dan van Babyloniërs naar Meden en Persen, Grieken, Romeinen enz. Daarna volgt een mengsel van rijken die niet met elkaar een samenhangend geheel zullen vormen. Volgens het verhaal zal het geheel vermalen worden en zal God een koninkrijk oprichten dat eeuwig zal zijn.
De eenvoud van het verhaal is verbluffend. Dat vond ik als kind al. Nu als volwassen is het boeiende natuurlijk het telkens terugkomende opgaan, blinken en verzinken. Het zijn bewegingen die kennelijk van alle tijden zijn en die zien net zo makkelijk gebeuren op “hoog” niveau als op de daaronder liggende invloedsferen.. Beschavingen komen en gaan, koningen gaan ten onder, families sterven uit, rijkdom ontstaat en verdwijnt weer, Steden en kastelen veranderen in ruïnes. Enige vorm van welvaart is een prachtige onderlegger voor groei en bloei en ongelijkheid veroorzaakt het langzaam maar zeker in elkaar zakken van het systeem, tot er soms met een schok een einde aan komt.
Ik ontkom niet aan het gevoel dat we in deze periode afglijden en het einde nog niet in zicht is. Of er een schok gaat komen is de vraag. Misschien gaat het in onze tijd wat langzamer doordat onze samenleving en de bijpassende regelgeving zo onbestaanbaar complex en gecompliceerd zijn geworden. Maar wanneer er iets gebeurt, is de impact van de klap des te groter. Kijk wat afgelopen week een brand in een telefoon schakel systeem kan veroorzaken, inclusief het gevoel dat het wel lekker rustig is zonder die telefoon.
De redenen waarom dingen gebeuren zijn divers. De onderliggende principes zijn eenvoudig en universeel. Ook Appel ontdekt dat de uitbuiting van de Chinese arbeiders in de fabrieken die hun elektronische producten maken buiten proporties is. De gemiddelde westerling vraagt zich niet af waarom al die producten vandaag zo goedkoop zijn. Maar ondertussen voelen ze steeds meer dat hun regering, hun bedrijfsleven, hun banken, hun kerken niet meer betrouwbaar zijn en er steeds meer mensen alleen maar bezig zijn met graaien. Plus, en dat is ook heftig, dat de aangestelde autoriteiten en hun plannen die ons moeten beschermen tegen onverwachte ontwikkelingen en gemaakte fouten gewoon niet deugen, of verkeerd uitgevoerd worden. Veiligheid en chemie?
Al doende verliezen we ons vertrouwen en onze houvast en langzamerhand wordt “het ieder voor zich” de regel. Dat zien we al bij burgemeesters die Haagse orders niet op wensen te volgen en de jeugd die gewoon geen zin heeft om mee te doen aan school, opleiding, arbeidsproces, belasting betalen enz. Kortom mensen en organisaties haken af en wanneer dat er te veel zijn, stort het systeem in.
Af en toe, meestal na een diep dal, beweegt onze wereld zich ongekend dynamisch en is er aandacht en plaats voor groei, creativiteit en openheid. Sinds het graaien in de mode is en de complexiteit van allerlei regels ons in zijn greep houdt (kijk naar uw Eneco rekening voor gas en stroom die u net binnen hebt of binnenkort krijgt) zakken we steeds dieper het dal in. Of we ons toch uit die toestand weten te manoeuvreren is een vraag. Misschien worden we inderdaad vermalen.
*Ergens was er een clubje vol Gijssie Goochemers die het idee de wereld instuurden dat we geen statiegeld meer voor PET-flessen hoeven te betalen. Lang leve dit buitengewone inzicht. De gemeentelijke afvalverwerking gaat goud geld verdienen of de gemeente reinigingsdienst gaat veel meer werk krijgen. Altijd leuk een experimentje op zijn tijd.
*Een zusterclub van de bovengenoemde denktank stelt voor dat we de houdbaarheidsdatum op voedingsmiddelen maar af moeten schaffen. Immers ons zuinige Hollanders zouden veel te veel etenswaar weggooien vanwege de datum op de fles of verpakking. Kennelijk zijn er lieden die alleen maar kunnen lezen en niet ruiken. Ik ben benieuwd hoe het in hun keuken uitziet. Daarbij komt ook nog dat zonder datum de niet neuzen helemaal niet weten wat ze wanneer weg moeten gooien of toch nog gebruiken. Dit wordt nog wel wat! Ik zie de klachten al voor me.
*Andere clubjes maken het nog bonter, met name in Denemarken. Naar verluidt speelt men daar met het idee de Sharia in te laten voeren in wijken van grote steden die overwegend door Moslims bevolkt worden. Dat impliceert dan waarschijnlijk ook de handhaving van die wetten door eigen politie, enz. Of er dan ook gestenigd mag worden is nog niet duidelijk maar wellicht kan er gezorgd worden voor losliggende straatstenen.
Als dit allemaal waar is, vermoed ik dat er eerst burgeroorlog uitbreekt binnen die wijken. Want Wilders en co mogen dan alle Moslims op een hoop gooien. De werkelijkheid is natuurlijk heel anders. Er zijn genoeg mensen in die wijken die en stuk gematigder denken en hun vrijheid waarderen. Zij hebben wellicht de meerderheid. En u weet de meerderheid zwijgt meestal. Zo krijgen de grote schreeuwers de meeste aandacht . Hun uit angst voor die vrijheid geboren voorstellen serieus nemen, is het toppunt van onnadenkendheid. Dat is geen regeren dat is totale kortzichtigheid.
De lafhartigheid van deze plannen is helaas grenzeloos. Ik ben dus benieuwd wanneer dit (onbevestigde) verhaal ook buiten Denemarken te voorschijn gaat komen.
*En tenslotte hebben we nog een voorbeeld van onbegrijpelijk denken binnen de eigen landsgrenzen.
Tijdens het proces rondom de misselijk makende kinderverkrachter , schijnen meerdere deskundigen te pleiten voor het later vertellen aan de betroffen kinderen wat er met hen in hun vroege jeugd gebeurd is. Daar zullen wel wetenschappelijk onderbouwde aanleidingen voor zijn. Aangezien de zieke dader de aller jongste kinderen en zelfs baby’s niet met rust heeft gelaten is de vraag wat er in het onderbewuste van die kinderen achterblijft van het gebeuren.
Is een verkrachting in het wezen van een kind een ander spoor dan bijvoorbeeld de bevalling of DKTP-prikken of andere zaken waarmee een klein mensje te maken kan krijgen. En moet de vraag niet zijn of het later uitleggen en dan weten wat er ooit gebeurd is, inclusief het hele normen en waarden pakket wat er dan in dat verhaal naar boven gaat komen, niet veel traumatischer is voor de betrokken kinderen dan het gebeuren op zich. Misschien ben je door het gebeuren gebrandmerkt maar het is waarschijnlijk onzichtbaar en meestal ook voor jezelf. Straks wordt het door dat vertellen voor jezelf wel zichtbaar en een gruwelijke en onbegrijpelijke zaak.
Wellicht zal het informeren noodzakelijk zijn wanneer op latere leeftijd de oudere kinderen die zijn misbruikt, door hun gedrag tekenen geven van vreemde herinneringen aan iets wat nog steeds vaag blijft. Duidelijkheid zou dan misschien kunnen helpen. Overigens ben ik alles kwijt van mijn eerste levensjaren. Verstopt in mijn geheugen? U waarschijnlijk ook. Zouden dan de slechte ervaringen daar een uitzondering op zijn?
Maar ja het zijn deskundigen die de betreffende opmerkingen maken. Wat niet wegneemt dat een stuk gezond verstand ons kostbaarste bezit is. Dus ouders die met deze afgrijselijke zaak worstelen, geef uw kind alle liefde en aandacht en laat uw verstand spreken.
Ja en toen kwamen de cijfers. Er moet nog veel meer bezuinigd worden en er is recessie. U begrijpt het al, de angst giert ons door de keel. Niet vanwege die recessie. Dat is een statistisch gegeven op basis van meer dan drie maanden geen groei. Wanneer dat er is, zijn alle media gerechtigd om paniek te zaaien. Hetgeen men prompt doet, ook al loopt het in ons land nog steeds een stuk beter dan een paar jaar terug. Het geschreeuw om de terugkeer van groei is overweldigend. Het lijkt dat de wereld vergaat om dat we anno 2012 niet kunnen leven met bijvoorbeeld het niveau van 2007.
De angst die er bij mij is, betreft die deskundigen die al hun hobby’s nu nog breder uit mogen venten als even zoveel oplossingen voor onze problemen. En omdat het CPB de cijfers gepubliceerd heeft, ondanks de planken die zij vroeger al misgeslagen hebben, mogen ook politici als “oplossingen aandragers” meezingen. Hoogleraren met de politiek samen geven een nog gevarieerder beeld van de deskundigheid die we bezitten. Het aardige is dat bijna iedereen weet wat er eerder fout gegaan is en hoe dat komt. Maar wat doen we er aan?
Het begrotingstekort van drie procent maximum met daarbij het streven naar verdere verlaging van dat tekort, waarvoor onze eerste minister deze vrijdag in Brussel heeft getekend, de recessie en hoe ga je daar nu mee om, de professorale overtuigingen, de politieke hobby’s die ongegeneerd als oplossingen aangedragen worden, het Catshuis overleg waarover iedereen al een mening heeft voordat er ook maar een woord gezegd is door de bewindslieden, het is een opgewonden ronddraaiende carrousel die mij doet denken aan het gerèn van mieren wanneer een dreigende hand boven hun nest komt.
Het meest opvallend zijn de oplossingen die pas over vele jaren hun effect zullen opleveren, als het in de praktijk straks al werkt. Zo weet GroenLinks zeker dat we moeten reken rijden en investeren in openbaar vervoer. Er zijn hoogleraren die nu aan de hypotheekaftrek willen tornen en BTW verhogen is een slecht plan enz. Om overheidsinkomsten te verhogen is gemorrel aan de hypotheekaftrek verkeerd, zeker wanneer het “snel” iets moet opleveren. Immers er zijn ook een groot aantal inkomsten verbonden aan de hoge prijzen van huizen in Nederland al was het maar BTW, WOZ, inkomsten belasting voor die normaliter goed verdienende aannemers en ga maar door. BTW verhogen schijnt impopulair te zijn maar het levert wel onmiddellijk miljarden op en kost slechts een handtekening van de minister en een discussie in de Kamers. Daarbij wordt in de markt het effect gedempt door pricepoint logica en de concurrentie tussen onze winkelketens. Ook is het makkelijk terug te draaien, alhoewel dat kwartje van Kok……
Aardig is ook het overleg van onze regeringspartijen waar voorafgaande aan de eerste ontmoeting, onze witbol meteen claimt dat hij alles bespreekbaar is maar dat er voor zijn partij ook iets in moet zitten. Hoezo oplossingen? Leuk voor politieke commentatoren. Nog aardiger is de anderen het natuurlijk ook denken. Ze schijnen drie weken te hebben. Ik ben benieuwd of ze met een paar praktische snel resultaat opleverende voorstellen komen en heb daar wel zorgen over.
De problematiek is zo complex dat het nauwelijks voorspelbaar is, wat de opbrengsten van allerlei maatregelen kunnen zijn. Het onbegrijpelijke voor de gewone burger is dat we opeens enorme risico’s moeten nemen voor een snelle oplossing van een probleem dat we eigenlijk niet kunnen oplossen vanwege de onbekendheid van het terrein dat voor ons ligt. Want die gewone burger, en dat zijn wij, die stopt met geld uitgeven; maakt de spaarpot groter als dat kan; denkt er niet aan om enig risico te nemen en stelt belangrijke aankopen, zoals bijvoorbeeld een eigen huis, voorlopig nog een jaar of misschien langer uit. En verder dag aardbeitjes voor twee euro per pond, dag dure kleding, dag verre vakanties, dure wijn, hele goeie tournedos, dat wekelijkse ritje naar oma, enz., enz. U denkt dat geldt niet voor mij, maar u zult zien wat er gebeurt wanneer dertig procent van de bevolking dit wel doet.
Want u weet onze politiek, overheden en managers hebben groei nodig om te overleven. Zonder groei moeten ze in eigenvlees snijden. Om dat te vermijden snijden ze in dat van ons.
Bereid u zich maar voor. Beter wordt het niet, wel ingewikkelder. Want aan dat laatste weten een categorie mensen te verdienen. Daar zijn het deskundigen voor, nietwaar. Die bevolken trouwens ook het CPB.
We hebben een CDA minister van financiën met een bijna onmogelijke taak. Hij moet meehelpen de euro te redden en tegelijkertijd deze kostbare operatie verkopen als nuttig en noodzakelijk, en beslist renderend. “We krijgen alle bedragen die we aan Griekenland uitlenen immers weer terug en met rente.” Die woorden worden dan gezegd op een toon die een mengsel van kennis aangeeft in de moeilijke situatie van Griekenland en de zekerheid dat het allemaal goed komt.
Later zijn er deskundigen die laten weten dat de minister nu toch maar moet uitspreken, dat de kans dat Griekenland terugbetaalt is verkeken. Voortschrijdend inzicht waarschijnlijk. Of gewoon, de burgers voorbereiden?
Ooit zijn we de Euro ingegaan. Die was toch immers de bekroning van al het streven naar veiligheid en vrede, begonnen met het opzetten van de Olympische spelen en veel later het aangaan van stedenbanden. Er waren vraagtekens, maar het is doorgedrukt zonder dat er duidelijke oplossingen waren rondom de dreigingen. Toen die er kwamen via begrotingstekorten, gingen de grote landen voorop en hielden zich niet aan de regels.
Sommigen, zoals de Grieken gingen verder en gaven onjuiste cijfers op. Dat bleef natuurlijk niet onopgemerkt. Maar wie bindt de kat de bel aan? Naast de politiek zijn er ook bedrijfsleven en vooral banken die nergens over spraken. Maar ze boekten wel de hogere rente die de leningen aan Griekenland en andere landen opleveren netjes in en keken hoe het verder opgelost zou gaan worden. De snelheid van reageren van de Centrale Banken is ons sinds de Icesave problematiek heel duidelijk. Een eenvoudig provinciaal ambtenaar haalde in zijn provincie het geld op tijd terug door de resultatenrekening van de betreffende bank goed te bekijken. En onze Nederlandse bank maar niets zien of om uiteen lopende redenen niets zeggen. Wie sprak er toch over de snelheid van de leugen en de waarheid? En tenslotte zijn er dan deskundigen uit het financieel- economische veld die nu ( januari 2012) de minster op roepen om open kaart te spelen.
Dan ontstaan er drie vragen. Wie belazert er nu wie? En wie gaat dat betalen?
De tweede vraag is eenvoudig. Wij gaan dat allemaal betalen, een duidelijk en helder antwoord. We betalen dat met de waardevermindering van onze woningen, met het omhoog gaan van allerlei belastingen, het verminderen van allerlei zorg en veiligheid en het bevriezen van salarissen en pensioenen. Anderen betalen met het verlies van hun baan en alle gevolgen van dien. De eerste vraag is gecompliceerder. Zolang we bang zijn ( onze baan, onze gezondheid, onze vakantie, de waarde van ons huis en vult u maar in) en ons laten reageren door systemen ook vol bange mensen ( wordt ik straks wel weer verkozen, wat voor functie kan ik dan krijgen, hoe kan ik de kosten van privé gebruik van mijn zakelijke BMW vermijden, hoe groot wordt mijn winstuitkering en vult u maar in) zolang gaat dit allemaal door totdat het groots mis gaat. Dat gebeurt langzaam en af en toe opeens heel snel. Ons grootste probleem naast angst is onverschilligheid. We laten het dus gebeuren. Dat brengt ons bij de derde vraag: “Wie of wat gaat dit oppakken en welke oplossingen zijn er nodig om wat te bereiken.”
U zult nu opmerken dat ik er op deze manier makkelijk mee weg kom en ook geen antwoord geef. Dat laatste is maar gedeeltelijk waar. Om oplossingen te bedenken moet er eerst een duidelijke probleemstelling zijn. Dat is hier het “Wat willen we bereiken”. “Welke oplossingen zijn er nodig” is de vraag die beantwoord moet worden met een plan hoe je “wat wilt bereiken”. Wie het op gaat pakken? Wanneer we dat weten zijn we al een heel stuk gevorderd. Een soort mens als Ghandi, Paton, of Drees om eens drie volledig verschillende personen te noemen?
Ik zal bekennen dat ik inderdaad maar gedeeltelijk antwoord geef. Alleen al om die mens te vinden hebben we in dit ondermaanse waarschijnlijk een eeuwigheid nodig. Want ik zie niet zo gauw Cohen of de SP of Harry Mens iets voor elkaar krijgen. Laat staan dat wij het eens worden, dat één van hen het mag proberen. O ja ook de PVV zal het niet lukken.
In de vorige column stond een verhaal over zogenaamde deskundigen en ik eindigde met: “wordt vervolgd.” Hier dan dat vervolg. Recentelijk bleek een hoogleraar in Tilburg allerlei onderzoeken vervalst te hebben. Ook in de Verenigde Staten werd een wetenschapper aan de schandpaal genageld. Hij had jaren lang “wetenschappelijke” verhalen over de goede invloed van rode wijn uit zijn duim gezogen.
Het opvallende is dat men op de betreffende universiteiten gedurende lange tijd en ondanks sterke twijfels de wetenschappers in kwestie niet aan durfde te vallen. Hun reputatie en invloed was te groot. Daarbij komt dat klokkenluiders het vaak moeilijk krijgen. De hooggeleerde dames en heren bleken dus gewone mensen te zijn met alle hebbelijkheden van dien. Niets mis mee, ware het niet dat ze zo graag belangrijk willen zijn en vooral geëerd willen worden vanwege hun deskundigheid en aanzien. Het percentage wetenschappers dat na hun laatste ontdekkingen inderdaad durven toe te geven dat ze vooral ook ontdekt hebben dat ze nog maar heel weinig weten, schijnt niet zo groot te zijn.
Nog erger wordt het wanneer wetenschappers voor een deel of helemaal buiten hun vakgebied ook over van alles mee gaan praten. Hoogleraren zijn waarschijnlijk het meest geneigd zich te overschatten. Beïnvloedt door de hen omringende jonge studenten, voelen zij zich allengs onfeilbaar. Binnen de college zalen is dat geen ramp, maar daarbuiten……
Jaap Koelewijn is hoogleraar corporate finance aan Nijenrode Business Universiteit. Hij moet dus weten dat overheid, werkgevers en vakbonden in de jaren 90 het rendement van pensioenfondsen omlaag gedrukt hebben door stomweg te graaien en of door iedereen minder te laten betalen. Daar zijn aardige gegevens over, door Zembla in 2010 eens netjes bekend gemaakt. De fout van de betrokken coryfeeën bestond simpelweg uit het vergeten dat resultaten uit het verleden geen garantie zijn voor de toekomst en dat graaien niet de beste oplossing is voor gezonde corporate finance.
Jaap Koelewijn vergeet dat en adviseert senioren dat ze moeten stoppen met graaien. Volgens Jaap hebben zijn vader en vele anderen een droompensioen. Ook mocht hij op zijn 59e met een goudgerande regeling vertrekken. (Nooit gehoord dat die regeling bedacht was om werkgelegenheid voor jongeren te scheppen?)
“Was dit diefstal? Voor een deel, want al tijdens zijn actieve leven besloot hij- en met hem vele anderen- dat hij geen 72 zou worden maar naar verwachting 84. Zijn pensioenafspraken werden niet gecorrigeerd. De rekening ging naar de jongeren.”
Zo gaat onze hoogleraar nog even door en verwijt senioren, hij noemt ze de oudere generatie, alsof het een homogeen clubje is, dat ze de pensioenfondsen creatief boekhouden willen afdwingen. Die senioren vinden de actuele rekenrente te laag maar hebben vroeger wel lekker geprofiteerd van die hoge rekenrente aldus professor Koelewijn.
Nu dat zou nog steeds kunnen wanneer die rekenrente niet vastgelegd wordt op basis van de rente van een dag maar bijvoorbeeld op basis van een gemiddelde van een langere periode, en waarom niet een periode van 12 maanden. Nu zijn de rendementen van pensioenfondsen dwars door crisis en ongein heen vaak twee keer zo hoog als de rekenrente. En dankzij die laatste rente wordt er nu geconcludeerd dat de pensioenen maar omlaag moeten. Lang leve de deskundigen.
Ondertussen doen hoogleraren verbetervoorstellen over het opbouwen van meer buffers. Prima plan maar dan wel de zekerheid inbouwen dat er later niet gegraaid gaat worden zoals in de jaren negentig toen, meer geluk dan wijsheid, er bufferruimte genoeg was ontstaan. Wetende dat ruime buffers geen wet van Meden en Perzen zijn, zou er toen hooggeleerde protest moeten plaatsvinden om dat graaien te laten stoppen. Maar nee onze deskundigen hebben geslapen. Dat mag, maar geeft ze nu niet het recht om senioren van graaien te beschuldigen.
Daarentegen mogen wij senioren achteraf, ja ja dat is altijd makkelijk, hen wel degelijk beschuldigen van opportunistisch onbenul. En weet u, dat doen we niet eens, want vaak is het allemaal zo “deskundig”dat we het al lang niet meer begrijpen. Maar daarom vertrouwden we ook op die deskundigen. Jammerlijke vergissing. Vooral ook wanneer uit een artikel in het Financieel dagblad onder de titel “De wijze belegger” een hoogleraar mag oreren over “Stop het graaien” en daarmee bewijst dat sinds de jaren 90 althans sommige hoogleraren weinig vooruitgang geboekt hebben. Wat zonde toch. Wordt vervolgd.
Allereerst de beste wensen voor een goed 2012. Dat de paniekverhalen van allerlei media u niet te veel mogen beïnvloeden. Ja uw huis zakt in waarde, net als dat huis dat u straks wil kopen, maar is waarschijnlijk nog steeds veel meer waard dan de vroegere aankoopprijs. Wanneer dat niet zo is bent u in ieder geval een ervaring rijker en was u kennelijk ook rijk genoeg om in de duurste periode die de markt gekend heeft toch nog te kopen. Nu maar hopen dat u inkomsten door blijven gaan.
Maar natuurlijk zijn er ook mensen die het water aan de lippen begint te staan. Wat wilt u met AOW en 300 euro pensioen in de maand. En dat terwijl er weinig of niets bijkomt en zelfs achteruitgang dreigt, maar heel veel zaken ondertussen rustig elk jaar een stuk duurder worden. En dat gaat dan van overheden, u weet wel waterstaat, gemeente, tot energie, water, OV en zorgleveranciers en andere geprivatiseerde uitbuiters die mede met de onnozele hulp van den Haag vrolijk door mogen gaan met het verhogen van hun prijzen. Ik schrijf bewust onnozel omdat politici vaak geen snars verstand hebben van commercie en er daardoor het liefst modieus mee omgaan. Dat wil zeggen de heersende tendens napraten. Zonder zich rekenschap te geven dat die veroorzaakt wordt door kundige lobbyisten die veel meer vakkennis hebben dan de Haagse melkmuiltjes. Voorbeelden: Wiegel, Brinkman, SER- coryfeeën en wat dies meer zij. U kent ze wel die broeders die altijd achteraf weten uit te leggen waarom ze indertijd de juiste beslissingen namen. Want vandaag weten ze natuurlijk ook wel beter, toch? Ondertussen vergetende dat we ze indertijd vertrouwen gaven omdat wij dachten dat ze het echt weten.
Iemand moet er maar eens een boek schrijven over al die duur betaalde wijsneuzen die al doende overtuigd raakten dat ze het echt wisten. Natuurlijk de laatste stand van de wetenschap en de verbetering van de computermodellen zullen altijd aangevoerd worden als gefundeerde redenen waarom men het indertijd mis had. Maar ook vandaag nog vertellen onze “leiders” ons in volle overtuiging welke weg er gegaan moet worden.
Naast die quasi zekerheden is de onzekerheid van de politiek bijna hartverwarmend. Ware het niet dat die houding eerder voortkomt uit risico mijdend gedrag en angst voor de kiezer dat uit wijsheid. Blijft de vraag wie er nu eigenlijk op de brug staat en de koers van ons schip van staat bepaalt! Wanneer ik dit schrijft is de delegatie die onze koningin begeleidt naar de Perzische Golf daar bezig met het uitleggen van ons poldermodel. Zonder natuurlijk te vertellen dat het model intussen bijna failliet is. Hoe zouden ze daar ook toe in staat zijn, zich niet bewust van de omvang van de eigen achteruitgang en evenmin van de preciese stand van zaken bij de andere partijen.
Duidelijk is dat het poldermodel gebaseerd was op onderhandelingen tussen gelijke partijen. U hoeft niet ver te zoeken om te weten dat het met de vakbonden op dit moment gewoon puur slecht gaat. Dat wordt kundig gecamoufleerd maar wordt steeds meer zichtbaar. Al was het maar dat de werkgeversorganisaties steeds brutaler worden.
Wat blijft is een voorzichtige consument die het allemaal maar eens aankijkt. Niet van plan om wilde risico’s te nemen en ondanks de lage rente toch maar door gaat met sparen. Want hoe u het ook draait of keert, we zijn nog steeds schatrijk in dit landje. De vraag is of onze politici, professoren, professionals uit het bedrijfsleven en andere goeroes daar goed mee omgaan. Wordt vervolgd.
De laatste bijdrage over de sociale toekomst van Nieuwegein en wat dat allemaal zou kunnen betekenen. Duidelijk was dat wij vinden dat inwoners en politiek mee moeten denken over die (sociale) toekomst van Nieuwegein. Het is in dat opzicht typerend, dat ook in de begroting voor 2012 bij het hoofdstuk strategische heroriëntatie vermeld werd, dat de inwoners meer en meer direct mee willen praten over de toekomst van onze stad. Die inwoners zouden zelfs in dat opzicht buiten de politiek om willen gaan. Dat is niet verwonderlijk wanneer de politiek via de media inderdaad naar voren komt als een stel ruziënde zielen, die kennelijk niets beters te doen hebben als het elkaar in de haren vliegen. Maar daarover maar eens later.
Wat blijft is het feit dat de inwoners best actief mee willen denken en doen wanneer ze de kans krijgen. Kijk naar de ophef en de aandacht die bouwplannen krijgen of veranderingen in bestemmingsplannen. Daar zit echter een wettelijk systeem achter dat tijdige publicatie voorschrijft. Hoewel dat redelijk beperkt is in vergelijking met de pakketten commerciële uitingen die we over ons heen krijgen, is het voor de wakkere inwoners best te ontdekken. En als het onderwerpen zijn die begrijpelijk zijn en duidelijk maken dat er zaken in onze omgeving gaan veranderen, dan klimt de inwoner in de pen, neemt deel aan besprekingen en vergaderingen en verdedigt zijn of haar standpunt helder en vaak met emotie. Dat laatste heeft ook te maken met het feit dat het hoe en waarom van allerlei zaken voor inwoners vaak onbegrijpelijk zijn en blijven.
De “sociale toekomst van Nieuwegein” en de manier van aanlopen via een kleine advertentie in de Molenkruier, is qua onderwerp en qua publiciteit een perfecte manier om geen of nauwelijks mensen te mobiliseren. Soms denk je dat het qua timing zo gepland is. Want inwoners kunnen ook bijzonder vertragend werken in discussies. Ook omdat men makkelijk uitwijdt over eigen ervaringen waardoor het onderwerp en de manier van daarmee omgaan op de achtergrond raakt. Een goede voorzitter van de betreffende werkvergadering is in dat opzicht heel veel waard.
Tussen de intenties en de uitvoering van de te realiseren plannen ligt dan ook een lange weg. Een zaak is mijns inziens buitengewoon helder. Wanneer de gemeente de daad bij het woord wil voegen, zal er een hoop actie ondernomen moeten worden. Daar zijn allerlei mogelijkheden bij:
• Inwoners helpen met het begrijpen van de ambtelijke werkwijze en de rol van de politiek.
• Informatieavonden over lange termijn plannen en de voorbereidingen die daarvoor nu of binnenkort al plaats vinden.
• Een betere informatie over het hoe en waarom van plannen en de consequenties daarvan voor de ambtelijke organisatie en de inwoners.
Kortom meer en beter communiceren en informeren en in plaats van zelf telkens het wiel uit te vinden ook eens nagaan wat voor kennis er bij de mensen van de stad aanwezig is!
Ik denk dat een middagje brainstormen genoeg kan zijn om een plan te maken dat gericht wordt op meer betrokkenheid. De uitvoering zal veel meer tijd vragen. We weten dat van de wijknetwerken die naar een aarzelend begin, langzaam maar zeker steeds beter beginnen te werken. Het wordt ook allengs duidelijker dat de poppetjes en hun kennis van zaken de doorslaggevende factor zijn bij het wel of niet functioneren van een wijknetwerk. Daarbij moeten we de inbreng van de ambtelijke organisaties niet vergeten. Maar ook die moesten dat vak nog leren.
Datzelfde geldt voor het goed werken met inwoners over zaken die de wijken overstijgt. Zoals daar dat onderwerp is: “De sociale toekomst van Nieuwegein.”
Laten we maar eens beginnen om dat goed in de gaten te houden.
Dat is volgens mij ook een functie van de politiek, reden waarom dit allemaal opgeschreven is en ook gepubliceerd wordt.
We gaan door over de sociale toekomst van Nieuwegein en wat dat allemaal zou kunnen betekenen. De eerste drie artikelen over dit onderwerp gaven aan dat het meedenken over de sociale toekomst van Nieuwegein een interessant en ingewikkeld project zal worden. We stelden ook dat het vaststellen van de “is”-situatie en definiëren van verdere wensen heel belangrijk zal zijn. Dan het financiële plaatje erbij betrekken, completeert de exercitie. Vervolgens hebben we over de mensen gesproken, zie nr 4. Daar gaan we nog even mee door.
Recentelijk nam ik deel aan een kleine vergadering en zag statische gegevens over “het bekend zijn waar wijknetwerken toe dienen.” Het kwam erop neer dat ondanks allerlei inspanningen en communicatie er maar een klein percentage van de mensen iets wist over wijknetwerken. Tevens zag men meestal een wijknetwerk als niet representatief voor de wijk. Maar zelf meedoen was natuurlijk vaak niet aan de orde. Dat is minder verbazingwekkend dan we misschien denken. De activering van mensen is een vak apart en aansturing van lokaal sociaal beleid is meer en meer de aanpak van professionals die echter vaak meer sociaal denken dan “productgericht”. De vraag is of dat effectief is.
Hogeschool Utrecht heeft een Kenniscentrum Sociale Innovatie en een in 2008 uitgegeven boekje, getiteld: “Samenspel in de buurt” toonde pagina’s vol literatuur gaande van 1981 tot 2008 met onderwerpen zoals “Vrijwillig initiatief en de verzorgingsstaat”, “Hooggeleerde domheid en andere gebreken”en “In zes stappen van probleem- naar prachtwijk”. Ik noem er maar een paar. Zo te zien is iedereen met ons bezig en weet van alles. Wanneer dan, zoals meestal het geval is, de elkaar beïnvloedende maatschappelijke en economische omstandigheden voortdurend wisselen, komen er weer geheel nieuwe problemen op tafel. De vraag is of bestaande kennis dan voldoende is en of er niet heel anders gewerkt moet worden.
De mensen van Nieuwegein schijnen daar eigenlijk weinig mee van doen te hebben. Ik constateerde al eerder dat de uitnodiging om aan het denken rondom die toekomst mee te doen, zodanig knullig was geregeld, dat er nauwelijks vijftig Nieuwegeiners aanwezig waren. In dat getal neem ik de professionals nog even mee. Dus dertig Nieuwgeinense burgers? Voor een toekomst waarin we gezamenlijk steeds meer zelf moeten doen, lijkt me dat getal belachelijk klein. Zo zal er ook wel een ambtenaar bezig zijn om zijn aantekeningen te verwerken en die later aan een professor door te geven die dan de zaak wetenschappelijk onderbouwd de goede richting in zal sturen. Dat lijkt me aardig kort door de bocht. Wat dan wel!
Misschien toch maar eens productgericht gaan werken? Dat veronderstelt Nieuwegeinse inwoners en Nieuwegeinse ambtenaren die samen gaan kijken wat er gedaan moet worden voor de toekomst in sociaal opzicht van onze stad.
Daar hoort ook de toekomstige woningbouw bij, de gezondheidszorg, welzijn en ga maar door. Daar kijkt de zich steeds veranderende samenstelling van de bevolking om de hoek. Daar komen de mogelijkheden die het ambtelijk apparaat in de toekomst ter beschikking heeft boven water. Daar spelen de financiën hun gebruikelijke rol bij. Dat betekent met de bekende elementen iets heel nieuws bouwen.
Maar als er dan een eerste ontwerp van het product met al die facetten boven water komt, moet er ook veel meer aandacht besteed worden aan draagvlak, aan het enthousiasmeren en de participatie van de inwoners, aan de aard van de problematiek en de mogelijkheden die dat oplevert.
Kortom er moet samenspel komen. Dat veronderstelt gelijkwaardigheid van inwoners en bestuur. Dat betekent dat deskundigen ten diensten staan van het probleem, in plaats van het alleen maar ingewikkelder te maken. We praten dan over een product van ons allemaal. Gemaakt door mensen en voorzien van kwaliteit en publiciteit, zodat het interessant wordt en men nieuwsgierig komt kijken en meedoen!
Het gaat dus niet allen om samenspel in de buurt maar om het plezier om weer samen te kunnen spelen. Dat is het verschil tussen `wij doen het` of er wordt gezegd `dat wij het moeten doen.` Het lijkt een klein verschil, maar dat is het natuurlijk niet.
Wordt vervolgd.
We gaan door over de sociale toekomst van Nieuwegein en wat dat allemaal zou kunnen betekenen. De eerste twee artikelen over dit onderwerp gaven aan dat het meedenken over de sociale toekomst van Nieuwegein een interessant en ingewikkeld project zal worden. We stelden ook dat het vaststellen van de “is”-situatie en definiëren van verdere wensen heel belangrijk zal zijn. Dan het financiële plaatje erbij betrekken, completeert de exercitie.
De mensen vormen de belangrijkste factor binnen al deze activiteiten. Dat zijn inwoners, ambtenaren en gezagsdragers, politiek en vrijwilligers, werknemers van diverse instellingen zoals SWN, Vitras, GGD, en nog vele anderen. Dat gaat dus van de uitvoerders die “Het” aanbieden en de ontvangers voor wie het bedoeld is. En “Het” zijn natuurlijk die duizend en een dingen die de sociale toekomst van Nieuwgein ook straks in stand moeten houden. Misschien duurder, misschien minder, misschien met andere activiteiten maar in ieder geval anders. Concreet praten we dan over welzijn, sport, veiligheid, prettig wonen een goed onderhouden stad enz. Of we praten over delen daarvan.
Kort en goed gaat de maakbare samenleving veranderen en dat heeft gevolgen voor alle betrokkenen en voor de “producten” die zij gebruiken en of leveren.
De gemeente constateert dat er ook voor de eigen organisatie veranderingen zullen komen. In het voorwoord van de programmabegroting 2011 staat het als volgt: “De gemeente zal zich inde komende tijd inspannen om het regisserend vermogen van de gemeentelijke organisatie te versterken maar ook het wederkerig handelen vanuit de samenleving te faciliteren bijvoorbeeld door het versterken van het vrijwilligerswerken, het ondersteunen van zelfredzaamheid van haar inwoners. Tegelijkertijd zal de gemeentelijke organisatie duidelijk minder organiserend gaan optreden en de organisatie daar ook op inrichten.” Ooit werd dit ook omschreven als de gemeente die meer een regiegemeente wil worden.
Waarom dit al acht jaar oude idee nu nog steeds bij de voornemens staat in plaats van bij de thans al lopende activiteiten, is op zich een aardig vraag. De uitvoering is waarschijnlijk moeilijker dan men dacht en de financiële prikkel speelde in de afgelopen jaren nog geen grote rol. Dat laatste verandert nu heel snel.
De taken, lees activiteiten van de gemeente veranderen, is een grote opgave. Het betekent voor een deel van de staf dat functies en activiteiten veranderen. Er moeten opleidingen komen, andere reflexen moeten aangeleerd worden. Van uitvoerders zullen allerlei mensen regisseurs en soms managers moeten worden.
In plaats van beleid te schrijven en vanuit de verte te kijken hoe het dan gaat, moet men zelf vrijwilligers gaan zoeken, die opleiden, motiveren en belonen. Al was het maar met aandacht en een schouderklop. Het worden voor die ambtenaren hele spannende en waarschijnlijk ook interessante tijden. Maar niet iedereen zal dit kunnen en willen. Gevaarlijk is de mogelijkheid dat juist de goede medewerkers van de gemeente naar elders vertrekken. Al met al een stevige taak voor het ambtelijk management en het college. Voeg daarbij het feit dat de staf straks de gevolgen van hun verhuizing en hun “landschapskantoor zonder vaste plekken”, het zogenaamde flexible office gedoe, ook nog moeten verwerken en we zien een behoorlijk uitdagende situatie voor een groot aantal medewerkers.
In zulke omstandigheden helpt het zeker als de plannen en doelstellingen duidelijk vastgelegd zijn. Laten we dat dus eerst doen en het uitvoerend apparaat eerst maar eens op stoom laten komen. Al met al geeft ons dat de tijd voor een goed maatschappelijk debat, wat best een zes maanden of een jaar mag duren. Er zijn immers zoveel zaken die straks mee gaan spelen, dat het niet eenvoudig zal zijn alles in perspectief te zetten met de juiste perceptie van problemen en oplossingen daar omheen.